Slag om de Klerewereld

VPROAppelbaum

De Slag om de Klerewereld | 2015
Drieluik over de industrie achter onze wegwerpmode.
Deel 1: Het wonder van de wegwerpmode 2 januari 21.15 NPO2
Deel 2: Prijzenslag in Bangladesh 9 januari 21.10 NPO2
Deel 3: Katoenknallers 16 januari 21.10 NPO2

De Slag om de Klerewereld

Kleren maken de man, maar wie maakt onze kleren? Het idee voor de Slag om de Klerewereld was simpel, jaren gelden had ik ooit bedacht dat Teun zich prima zou lenen als cacaocrimineel. Alle cacao in de wereld kan besmet zijn met strafbare uitwassen als kinderarbeid en onderbetaling. Dus zo raar is het niet als een geëngageerde consument zichzelf bij justitie aangeeft voor het eten van chocola. Wat er toen volgde is breed uitgemeten in het tv-programma Keuringsdienst van Waarde. De serie droeg bij aan het bewustzijn over de bronnen van ons voedsel. Een mijns in ziens noodzakelijke voorwaarde om deze schitterende aardkloot goed te houden voor ons en onze kinderen.

Het was misschien wel tijd voor een vervolg. Toen Teun aankwam met een ervaren kledingconsultant die wel vrijuit wilde praten over zijn ervaringen in de modebranche, had ik het idee snel rond: Teun gaat als would-be textielbaron infiltreren in de textiel-industrie.
Er is al veel gemaakt over de mode-branche en dat legt de lat natuurlijk hoog. Maar met een undercover-operatie zouden we zeker een waardevolle aanvulling geven aan het journalistieke en documentaire werk van onze collega’s.

Anderhalf jaar na de Rana Plaza ramp in Bangladesh, 1200 doden, zou een goed ijkpunt zijn. De grote kledingmerken en ketens hebben sindsdien beterschap beloofd. Er is een akkoord opgesteld dat de brand- en bouwveiligheid moet garanderen van de Bengaalse kledingfabriek. Veel modeketens waaronder Wibra, G-Star Inditex (Zara) H&M en Benetton tekenden. Veel Bengaalse fabrieken sloten zich er ook bij aan.
Maar zorgt dit akkoord voor structurele verbetering van de veiligheid van de textielarbeider? Hoeveel schijn zit erachter het schoon?
Zeker de bekende labels hebben verantwoord handelen ontdekt als marketing. Als je nu naar de websites van de grote kledingmerken kijkt, lijken het wel goede doelen organisaties. De een is nog verantwoorder bezig dan de ander…

De merken willen er in ieder geval niet met ons over praten. Nergens zijn we welkom. Dat valt wel een beetje tegen omdat je weet dat een beetje merk wel een enorme communicatieafdeling heeft. Het bevestigt wel het cliché: hoe meer voorlichters en pr-medewerkers hoe groter de barrières voor de journalist.
Gelukkig hebben we het geheime wapen: de undercover-textielinkoper. En hij is bijna overal welkom in Bangladesh!
Geen wonder zo blijkt als we eenmaal zijn aangeland in de hoofdstad Dhaka. Met meer dan 6000 textielfabrieken in Bangladesh is de concurrentie moordend. Dat is het zware lot van een land dat door de keiharde wetten van een globale, liberale economie is afgericht tot een one-trick-pony. Textiel is een commodity geworden, een inwisselbare grondstof dat in elk land met vrijhandelsakkoorden en een leger aan goedkope handjes ingekocht kan worden. En elk land dat in de race to the bottom probeert mee te rennen loopt het risico om onverbiddelijk naar de afgrond gesleurd te worden.

Het goede nieuws is dat het akkoord duidelijk zijn vruchten afwerpt in veel fabrieken. Er zijn brandtrappen en blusapparaten, gebouwen worden onderworpen aan bouwkundig onderzoek.Dat is wel vooruitgang te noemen. Het verontrustende nieuws is, dat veel fabrieken die zich aan de regels willen houden, lijken te kampen met een teruglopende orderportefeuille. Er wordt veel geklaagd, zeker over die keiharde Hollandse inkopers die zouden weigeren mee te betalen aan de veiligheidsmaatregelen. Het blijkt dat als een inkoper goedkoper wil, hij het heel gemakkelijk goedkoper kan krijgen. Het kost ons vrij weinig moeite om fabrieken te vinden die heel openlijk toegeven ‘non-compliant’ te zijn omdat dat dat inkopers lokt: hier kunnen ze terecht voor de bodemprijzen…

Als we nog dieper de kledingketen induiken wordt het nog treuriger. De telers van de grondstof van onze wegwerpmode lijken nog wel slechter af dan de toch al zeer karig toebedeelde fabrieksmedewerker. In de katoenvelden in Turkije is kinderarbeid heel normaal en hulpbehoevende Syrische vluchtelingen worden uitgebuit om de oogst binnen te krijgen. Jaja probeer er maar optimistisch onder te blijven…

Ikzelf ga op zoek naar verlichting in de klerewereld en stap in de voetsporen van Mahatma Gandhi, de man die zijn eigen begeertes bedwong met een spinnewiel. Ik bezoek biologische katoenvelden en verantwoorde fabrieken in India, de grootste katoenproducent ter wereld, die een inspiratie zijn voor de rest van de wereld. Lichtpuntjes!
Maar kunnen deze ‘best practises’ wel opboksen tegen de deplorabele alledaagse praktijk van de textiel-industrie? Is het wel mogelijk om voor een habbekrats elke maand een gloednieuwe collectie in de winkel te krijgen die verantwoord is gemaakt? Ligt de oorzaak van deze ratrace niet dieper? Is de bron van ellende niet de begeerte in onszelf?
Ik verdiep me in het leven van Gandhi en hij brengt broodnodige inspiratie.
Spinnen was voor Gandhi een weg naar verlichting en hij was hierdoor zo geobsedeerd dat hij parlementsleden elke dag verplicht wilde laten spinnen! Het is een vreemde historisch ironie dat de man die de zelfvoorzienendheid predikte en India onafhankelijkheid bracht met zijn spinnewiel, nu knarsetandend zou moeten constateren dat zijn landgenoten nog steeds krom liggen op de katoenplantages en in de fabrieken voor de winst van Westerse textielgrootmachten.
In een spontane pelgrimage beland ik kortstondig in de eerste commune van Gandhi. En daar kom ik tot het inzicht dat ik zelf eerst een ethische stap vooruit moet zetten om succesvol te kunnen ontsnappen aan de consumptiekoorts: the mad rush.