De vrije markt bestaat niet

gepubliceerd op 17 april 2018  -   gerelateerde tags: economie

Fijn hè ons kapitalisme. Je kan overal alles krijgen. Vierentwintig uur per dag. Dankzij de vrije markt. Maar, zo wordt gezegd in liberale kringen: de markt moet nog vrijer, dan worden spullen nog goedkoper en kunnen we nog meer handel drijven. Minder regeltjes scheelt bureaucratie, dat drukt de kosten. Hoe vrijer de handel, hoe beter onze economie. Dat klinkt als een klok.

Maar er zijn flinke deuken te slaan in deze liberale redenering. Met echte vrije handel gaan we terug naar die goeie ouwe tijd waarin er nog gewoon arsenicum of lood in de lipstick zat. De tijd dat kinderarbeid heel gewoon was. We dalen dan af naar het tijdperk van de industriële revolutie waarin fabrikanten ongestraft arbeider en consument konden bedonderen. De hoogtijdagen van de vrije markt.

Het grappige is dat de huidige voorvechters van de vrije markt, het beschermen van consumenten nu heel normaal vinden. Ook fundamentalistische vrije-marktdenkers beschouwen regels tegen kinderarbeid en giftige producten als vanzelfsprekend. Maar dat zijn ze niet. Regels tegen uitbuiting die we nu doodnormaal vinden, kwamen er pas na veel verhit debat en jarenlang politiek getouwtrek.

Dus laat je niet inpakken door de slogan van de vrije markt. Die heeft nooit bestaan en zal ook nooit bestaan. Elke markt, hoe vrij ook, zal altijd een uitkomst zijn van regels die we samen bepalen. Een echt vrije markt is net zo utopisch als het communisme. Dat weten de ideologen van de vrije markt ook wel. Maar meer vrije handel klinkt als meer vrijheid en dat is natuurlijk een aansprekende slogan.

De praktijk van een ‘gedereguleerde’ vrije markt is minder aansprekend. Consumenten zullen de klos zijn. Want een regelvrije economie kent namelijk maar één simpele regel: de wet van de sterkste. En wie de meeste poen in kas heeft, die wint gewoon. Kartels zullen de prijzen opdrijven en kleine bedrijven uit de markt drukken. Ondeugdelijke en gevaarlijke producten zullen de markt overspoelen. Consumenten, zzp-ers, middenstanders en kleine bedrijven zullen altijd de verliezers zijn in een markt zonder spelregels.

Daarom moeten we altijd erg goed oppassen als er vrijhandelsakkoorden worden gesloten. Als onze Nederlandse boeren geen groei-hormonen mogen gebruiken, moeten we dan wel Amerikaans rundvlees toelaten dat vol zit met die middelen? Als onze werknemers tegen hoge kosten verzekerd zijn tegen ziekte en de oude dag. Moeten we dan klakkeloos al het spul accepteren uit goedkope lage-lonen landen waarin uitbuiting de norm is? Allemaal vormen van oneerlijke concurrentie.

Aan de andere kant: Nederland heeft altijd profijt gehad van lage handelsbarrières. Dus hoge belastingen heffen op importgoederen, zogenaamde tariefmuren, om de eigen werkgelegenheid te beschermen, kan ook in het nadeel zijn van Nederland. Teveel regels zijn dodelijk voor economische ontwikkeling. Te weinig regels maken van onze maatschappij een jungle. Maar het wordt hoog tijd om te kijken hoe we ons handelsbeleid meer in dienst kunnen stellen van de burger. Want handelspolitiek zoals die nu wordt bedreven staat nog teveel in het teken van grote bedrijven en multinationals. De onvrede hierover heeft Trump de overwinning geschonken.

[ Klik hier om naar het overzicht met artikelen in de categorie maatschappij te gaan. ]